Verblijfsvoorwaarde voor inkomensvervangende tegemoetkoming geschrapt

2 april 2020

Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest van 12 maart 2020 bepaald dat ook wie nog geen 10 jaar in België verblijft recht kan hebben op een inkomensvervangende tegemoetkoming.

Concreet houdt deze vernietiging van de verblijfsvoorwaarde in dat personen die (willen) beschikken over een inkomensvervangende tegemoetkoming niet meer 10 jaar, waarvan minstens 5 jaar ononderbroken, hun werkelijke verblijfplaats in België moeten hebben. De beslissing is retroactief: wanneer iemand in het verleden geen inkomensvervangende tegemoetkoming kon krijgen op basis van deze voorwaarde, kan zijn aanvraag worden herzien.

Je kan ons hiervoor contacteren via het contactformulier.

Wijziging wetgeving

Het Grondwettelijk Hof heeft, in zijn arrest van 12 maart 2020, het artikel 4, § 1, tweede en derde lid vernietigd, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, zoals ingevoegd bij artikel 23 van de wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie.

Daarin stond dat de inkomensvervangende tegemoetkoming enkel toegekend kan worden aan een persoon met een handicap die gedurende ten minste tien jaar, waarvan ten minste vijf jaar ononderbroken, een werkelijk verblijf in België heeft gehad. Voor de toepassing van deze wet werd het werkelijk verblijf in België bepaald door middel van informatie, voor de gerechtigde opgenomen en bewaard in het Rijksregister overeenkomstig artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen .

Het grondwettelijk Hof is van mening dat deze verblijfsvoorwaarde vernietigd moet worden aangezien:

  1. de bepaling niet in overeenstemming is met artikel 6 van de verordening (EG) nr. 883/2004, omdat er geen rekening werd gehouden met periodes waarin iemand in een andere lidstaat van de Europese Unie verbleef en;
  2. het opzet van de bepaling om de bestaande toekenningsvoorwaarden van werkelijk verblijf in België uit te breiden tot een minimumduurtijd van verblijf om de band die de gerechtigden met België en zijn stelsel van sociale bijstand dienen te hebben, te versterken, niet in overeenstemming is met artikel 23 van de Grondwet. Artikel 23 van de Grondwet bepaalt dat ieder het recht heeft om een menswaardig leven te leiden. Ook bevat dit artikel een stand-stillverplichting: een nieuwe rechtsnorm mag het bestaande beschermingsniveau niet aanzienlijk doen dalen. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat de verblijfsvoorwaarde een aanzienlijke vermindering van het niveau van bescherming inzake maatschappelijke dienstverlening veroorzaakte.

Vernietigingsarresten hebben een absoluut bindend gezag vanaf hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Een vernietiging werkt retroactief, dat wil zeggen dat de vernietigde norm moet worden geacht nooit te hebben bestaan.

Meer info vind je in het arrest van het Grondwettelijk Hof