Hoe wordt mijn gezinscategorie bepaald?

Het maximumbedrag voor de inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) is in eerste instantie afhankelijk van je gezinscategorie. Of je dan ook recht hebt op dat maximumbedrag, wordt bepaald aan de hand van het inkomen van je huishouden. Het uiteindelijke bedrag kan van persoon tot persoon heel erg verschillen.

We delen de gezinssituatie op in 3 categorieën (A, B en C).

Je gezinssituatie Je categorie
Je woont samen met familieleden (bloed- en aanverwanten)
  • in de 1ste graad: ouders, kinderen, schoonouders, schoonzoons, schoondochters, kinderen van uw partner,…
  • in de 2de graad: grootouders, kleinkinderen, broers, zussen, schoonbroers, schoonzussen, grootouders of kleinkinderen van uw partner,…
  • in de 3de graad: nonkels, tantes, neven, nichten, overgrootouders, achterkleinkinderen, overgrootouders of achterkleinkinderen van uw partner, neven en nichten van uw partner, tantes en nonkels van uw partner,…
A
Je woont in een aangepaste voorziening of instelling maar je behoudt je domicilie bij familieleden in de 1ste, 2de of 3de graad A voor de eerste 3 maanden, dan B
Je leeft alleen B
Je woont in een aangepaste voorziening of instelling waar je ook gedomicilieerd bent B
Je woont samen (zelfde domicilie-adres) met iemand waarmee je niet-verwant bent in 1ste, 2de of 3de graad C
Je hebt een kind van minder dan 25 jaar ten laste waarvoor je kinderbijslag ontvangt, onderhoudsgeld ontvangt of onderhoudsgeld betaalt C
Je hebt co-ouderschap voor een kind C
Je woont in een aangepaste voorziening of instelling maar je behoudt je domicilie bij je partner C