Omzendbrief over beoordeling verlies verdienvermogen (IVT)

2 mei 2018

De inkomensvervangende tegemoetkoming is er voor personen die ouder zijn dan 21 en jonger dan 65 en door hun handicap niet kunnen werken of slechts 1/3 of minder verdienen van wat een gezond persoon op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen. Wie zo’n inkomensvervangende tegemoetkoming aanvraagt bij de DG Personen met een handicap, wordt in de meeste gevallen uitgenodigd voor een medisch onderzoek. De evaluerende arts zal dan nagaan of de persoon met een handicap een ‘verminderd verdienvermogen’ heeft.

Er zijn bijgevolg twee criteria van belang voor het toekennen van de inkomensvervangende
tegemoetkoming: enerzijds het medische luik (de vaststelling van het verdienvermogen) en
anderzijds het administratieve luik (het niet over voldoende inkomsten beschikken).

Een recente omzendbrief van Staatssecretaris voor personen met een beperking, Zuhal Demir, geeft de evaluerende artsen van de DG Personen met een handicap bijkomende richtlijnen voor die beoordeling.

Als een persoon met een handicap werkt (al dan niet in een aangepaste omgeving) kan hij nog steeds recht hebben op de inkomensvervangende tegemoetkoming, voor zover hij maximaal een 1/3 verdienvermogen heeft. De inkomsten uit arbeid worden uiteraard wel administratief in mindering gebracht door de DG Personen met een handicap.

Indien de arbeidsgeschiktheid van een persoon verbetert door revalidatie, behandeling of genezing en hierdoor het verdienvermogen van deze persoon hoger wordt dan 1/3, zal hij niet langer voldoen aan de voorwaarden om de inkomensvervangende tegemoetkoming te krijgen.

De omzendbrief is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 12/04/2018.